Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.
Boegbeelden
De liberale beweging telt vele gezichten. Hier vind je biografische informatie over mannen en vrouwen die het liberalisme in België vorm hebben gegeven. De namen van de boegbeelden komen naar voren in de Atlas en het Magazine.
.png)
Marthe Boël-de Kerchove de Denterghem
Marthe Boël-de Kerchove de Denterghem, Gent, 3.7.1877 – Brussel, 18.1.1956
Stichtend lid Union des Femmes libérales de l’arrondissement de Bruxelles, stichtend lid Nationale Federatie der Liberale Vrouwen, voorzitster Nationale Vrouwenraad (1935-1952), voorzitster Internationale Vrouwenraad (1936-1947); lid Permanent Comité Liberale Partij.
Marthe groeit als kleindochter van de Gentse burgemeester Charles de Kerchove op in een vooraanstaande liberale familie. Ze studeert aan een betalende stedelijke meisjesschool te Gent en aan de Ecole Maintenon te Parijs. In 1898 huwt ze baron Pol Boël, directeur van de Usines Gustave Boël te La Louvière, waar ze zich engageert binnen de liefdadigheidsorganisaties. In deze periode maakt ze voor het eerst kennis met de vrouwenbeweging. Een van haar jeugdvriendinnen, Hélène Goblet d'Alviella, brengt haar in contact met Jane Brigode en zo met de liberale vrouwenorganisaties. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog neemt Marthe Boël dienst bij het Rode Kruis en neemt ze deel aan de activiteiten van de Union patriotique des femmes belges. Samen met haar echtgenoot organiseert ze ook een illegaal postcircuit dat instaat voor de contacten tussen vluchtelingen in Nederland, frontsoldaten en het thuisfront. In oktober 1916 arresteert de Duitse politie een van de koeriers en ontrafelt het netwerk. Ze krijgt twee jaar gevangenisstraf en komt in Siegburg terecht. Haar gezondheid gaat snel achteruit maar via een gevangenenruil komt ze vrij. Ze woont voor de rest van de oorlog in gedwongen ballingschap in het Zwitserse Gstaad.
Na de oorlog komt ze in de Liberale Partij terecht, waar ze zich inzet voor de gelijkberechtiging van man en vrouw. In 1920 organiseert ze samen met Jane Brigode het eerste Liberaal Vrouwencongres en in februari 1921 richten ze samen de Union des Femmes libérales de l'arrondissement de Bruxelles op. In 1922 wordt ze lid van het Permanent Comité van de partij en in 1923 richt ze de Nationale Federatie der Liberale Vrouwen op. Ook buiten de liberale zuil is ze actief in de vrouwenbeweging.
In 1921 sluit ze zich aan bij de Nationale Vrouwenraad, wordt lid van het bureau en ten slotte vicevoorzitster. In 1935 volgt ze Marguerite Van de Wiele op als voorzitster en blijft dit tot 1952 wanneer ze zich, gezien haar hoge leeftijd, weigert herverkiesbaar te stellen. Op het internationaal congres te Dubrovnik van 1936 wordt ze eveneens verkozen tot voorzitster van de Internationale Vrouwenraad als opvolgster van Lady Aberdeen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog trekt ze zich terug in haar verblijf in Chenoy waar ze onder nauw toezicht van de Duitsers staat. Na de bevrijding van België zet ze de haar toevertrouwde organisaties weer op de sporen, waarna ze haar engagement begint af te bouwen.
In 1955 publiceert ze nog samen met Christiane Duchêne een analyse van de feministische strijd in het begin van de twintigste eeuw, waarna ze haar actieve loopbaan afsluit.